Hervorming productaansprakelijkheid: Belgische regering dient een wetsontwerp in
Op 16 oktober 2026 heeft de Belgische regering haar Wetsontwerp ingediend bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers om de nieuwe EU-richtlijn inzake aansprakelijkheid voor gebrekkige producten 2024/2853 (gedeeltelijk) om te zetten. Het Wetsontwerp herschrijft de regels inzake productaansprakelijkheid van het Belgisch Burgerlijk Wetboek (artt. 6.41 e.v.) en voegt een nieuw art. 877/1 toe aan het Gerechtelijk Wetboek betreffende de overlegging van bewijsmateriaal.
De nieuwe regeling behoudt de kern van het systeem uit 1985: foutloze aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door gebrekkige producten. De nieuwe regels hebben betrekking op software, AI-systemen en online toeleveringsketens, voorzien in vergoeding voor meer soorten schade en maken het gemakkelijker om een gebrek aan te tonen.
Dit artikel beschrijft de rechten die benadeelden zullen hebben, zodat bedrijven hun risico’s kunnen inschatten.
V&A
Wie kan een vordering instellen? – Alleen natuurlijke personen, ongeacht of zij als consument optreden. Rechtspersonen kunnen voor hun eigen schade geen beroep doen op deze regeling.
Wie kan aansprakelijk worden gesteld? – Fabrikanten (ook van software, AI-systemen en componenten), invoerders, gemachtigden en fulfilmentdienstverleners. In beperkte gevallen kunnen ook distributeurs en onlineplatforms aansprakelijk zijn.
Wat kan worden gevorderd? – Overlijden, lichamelijk letsel, schade aan andere goederen dan het gebrekkige product zelf of goederen die uitsluitend voor beroepsdoeleinden worden gebruikt, en vernietiging of corruptie van gegevens die voor privédoeleinden worden gebruikt.
Wordt het gemakkelijker om een vordering te winnen? – Ja, dankzij de door de rechter bevolen overlegging van bewijsmateriaal en de vermoedens van gebrekkigheid en oorzakelijk verband.
Wanneer is de nieuwe regeling van toepassing? – Op producten die in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld vanaf de dag waarop de wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Is het nog steeds mogelijk om een vordering in te stellen op grond van fout? – Ja, wanneer de vordering berust op het eigen foutief gedrag van de fabrikant, en niet louter op de gebrekkigheid van het product.
Belangrijkste wijzigingen in de Belgische productaansprakelijkheidswetgeving
De belangrijkste wijzigingen die het Wetsontwerp zou invoeren, zijn:
- Software (met inbegrip van AI-systemen) en digitale fabricagedossiers (zoals 3D-printbestanden) worden uitdrukkelijk aangemerkt als "producten". Gratis en opensourcesoftware die buiten het kader van een economische activiteit is ontwikkeld of geleverd, is echter uitgesloten.
- Een product is voortaan ook gebrekkig als het niet de veiligheid biedt die het Unierecht of het Belgische recht vereist. Ook veiligheidsgerelateerde cyberbeveiligingsvoorschriften, het vermogen van een product om te blijven leren en terugroepingen zijn omstandigheden waarmee de rechter rekening moet houden.
- Vernietiging of corruptie van gegevens die voor privédoeleinden worden gebruikt, kan worden vergoed, en de franchise van 500 euro voor schade aan goederen verdwijnt.
- De kring van aansprakelijke marktdeelnemers wordt uitgebreid tot gemachtigden, fulfilmentdienstverleners en, in sommige gevallen, onlineplatforms.
- Er worden nieuwe vermoedens van gebrekkigheid en oorzakelijk verband ingevoerd, bijvoorbeeld wanneer een verweerder het bevolen bewijsmateriaal niet overlegt of wanneer technische/wetenschappelijke complexiteit het bewijs buitensporig moeilijk maakt.
- De vervaltermijn wordt verlengd van 10 tot 25 jaar voor lichamelijk letsel met een latentieperiode.
De Richtlijn streeft naar maximale harmonisatie. De enige flexibiliteit die de Richtlijn de lidstaten biedt, betreft het ontwikkelingsrisicoverweer: zij mogen hiervan afwijken voor specifieke productcategorieën (art. 18). België doet dit niet, zodat fabrikanten nog steeds van aansprakelijkheid kunnen worden vrijgesteld door aan te tonen dat de objectieve stand van de wetenschappelijke en technische kennis het niet mogelijk maakte het gebrek te ontdekken.
Het Wetsontwerp omschrijft zichzelf als een gedeeltelijke omzetting, waaraan niet al te veel belang mag worden gehecht. Uit de concordantietabel blijkt dat verschillende bepalingen van de Richtlijn reeds onder de bestaande Belgische wetgeving vallen en daarom geen nieuwe tekst behoeven.
Benadeelden en schade
De regeling beschermt alleen natuurlijke personen, die geen consumenten hoeven te zijn. Zo kan bijvoorbeeld een zelfstandige wiens laptop beschadigd is, een vordering instellen op grond van de nieuwe productaansprakelijkheidsregels, zolang de laptop niet uitsluitend voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt. De werkbestanden op die laptop vallen echter niet onder de regeling: in tegenstelling tot goederen vallen gegevens die zelfs maar gedeeltelijk voor beroepsdoeleinden worden gebruikt, buiten de regeling.
Rechtspersonen kunnen geen beroep doen op de regeling, maar kunnen nog steeds terugvallen op het gemeen contractueel of buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht.
Benadeelden kunnen een vordering instellen wegens overlijden en lichamelijk letsel, waaronder nu uitdrukkelijk ook medisch erkende aantasting van de psychische integriteit valt (wat, zoals in de Memorie van Toelichting wordt opgemerkt, in overeenstemming is met het huidige Belgische recht). Zij kunnen ook een vordering instellen voor schade aan andere goederen, en voor de vernietiging of corruptie van gegevens die voor privédoeleinden worden gebruikt.
Schade aan het gebrekkige product zelf en aan goederen die uitsluitend voor beroepsdoeleinden worden gebruikt, blijft uitgesloten.
Benadeelden kunnen alle daaruit voortvloeiende materiële en immateriële verliezen vergoed krijgen.
Aansprakelijke marktdeelnemers
De fabrikant is aansprakelijk, ook voor gebrekkige componenten die onder zijn zeggenschap in het product zijn geïntegreerd of ermee zijn verbonden, net als de fabrikant van de gebrekkige component. Ontwikkelaars en aanbieders van software en AI-systemen worden als fabrikanten beschouwd. Voor fabrikanten die buiten de EU gevestigd zijn, kan de benadeelde zich wenden tot de invoerder en de gemachtigde of, bij gebrek aan beiden, tot de fulfilmentdienstverlener. Iedereen die een product ingrijpend wijzigt zonder dat de fabrikant daarover zeggenschap heeft, en het vervolgens opnieuw op de markt aanbiedt of in gebruik stelt, wordt als fabrikant ervan beschouwd.
Distributeurs zijn in principe alleen aansprakelijk indien geen in de EU gevestigde marktdeelnemer kan worden geïdentificeerd en zij niet binnen één maand na het verzoek van de benadeelde de identiteit bekendmaken van zo’n marktdeelnemer of van hun eigen leverancier. Hetzelfde geldt voor onlineplatforms die een gemiddelde consument doen geloven dat het platform, of een handelaar die op gezag of onder toezicht ervan handelt, het product levert.
Aansprakelijke marktdeelnemers zijn hoofdelijk aansprakelijk, onverminderd regres volgens het gemeen recht. Bedingen die de aansprakelijkheid jegens de benadeelde uitsluiten of beperken, zijn nietig.
Bewijs
De benadeelde moet de schade, het gebrek en het oorzakelijk verband bewijzen, maar twee mechanismen verlichten deze bewijslast.
Ten eerste kan de rechter op grond van het nieuwe art. 877/1 van het Gerechtelijk Wetboek de verweerder bevelen relevant bewijsmateriaal waarover hij beschikt over te leggen, zodra de benadeelde feiten en bewijsmateriaal heeft overgelegd die volstaan om de vordering aannemelijk te maken. De verweerder kan op zijn beurt overlegging door de eiser verkrijgen indien hij aantoont dat hij het bewijsmateriaal nodig heeft om de vordering te betwisten. Overlegging moet noodzakelijk en evenredig zijn, en bedrijfsgeheimen en andere vertrouwelijke informatie kunnen worden beschermd.
Ten tweede introduceert het Wetsontwerp weerlegbare vermoedens. Het product wordt vermoed gebrekkig te zijn indien de verweerder het bevolen bewijsmateriaal niet overlegt, indien het product niet voldoet aan dwingende productveiligheidsvoorschriften die bedoeld zijn om te beschermen tegen het risico van de geleden schade, of indien de schade is veroorzaakt door een kennelijk disfunctioneren van het product bij redelijkerwijs te verwachten gebruik of onder normale omstandigheden. Het oorzakelijk verband wordt vermoed wanneer vaststaat dat het product gebrekkig is en de soort schade doorgaans strookt met het betrokken gebrek. Wanneer het bewijs, zelfs na overlegging van bewijsmateriaal, door technische of wetenschappelijke complexiteit buitensporig moeilijk is, hoeft de benadeelde alleen aan te tonen dat er waarschijnlijk sprake is van een gebrek en/of een oorzakelijk verband.
Verjarings- en vervaltermijnen
De vordering verjaart na 3 jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de benadeelde kennis had, of redelijkerwijs kennis had moeten hebben, van de schade, het gebrek en de identiteit van de marktdeelnemer die aansprakelijk kan zijn. In ieder geval vervalt het recht op schadevergoeding 10 jaar nadat het product in de handel is gebracht of in gebruik is gesteld (of na een ingrijpende wijziging daarvan), tenzij de benadeelde binnen die termijn een gerechtelijke procedure heeft ingeleid. Voor lichamelijk letsel met een latentieperiode wordt deze vervaltermijn verlengd tot 25 jaar.
Vorderingen op grond van fout
Het Wetsontwerp laat de rechten van de benadeelde op grond van het gemeen contractueel en buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht onverlet. Dat betekent echter niet dat benadeelden vrij hun rechtsgrondslag kunnen kiezen.
De Memorie van Toelichting onderschrijft het arrest van het Belgische Hof van Cassatie van 14 maart 2024: een vordering tegen een fabrikant die enkel op het gebrek van het product steunt, valt uitsluitend onder de productaansprakelijkheidsregeling. Benadeelden kunnen de voorwaarden van de productaansprakelijkheidsregeling niet omzeilen door dezelfde klacht in te kleden als een gemeenrechtelijke buitencontractuele vordering.
Verwijzend naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak Sanofi Pasteur (C-338/24) voegt de Memorie van Toelichting hieraan toe dat vorderingen op grond van fout mogelijk blijven wanneer deze berusten op een eigen fout van de fabrikant in plaats van uitsluitend op het gebrek, zelfs indien die fout verband houdt met het gebrek, zoals het op de markt houden van een product terwijl bekend is dat het gebrekkig is.
Een dergelijke vordering (artt. 6.5 en 6.6 Burgerlijk Wetboek) is moeilijker te winnen: de benadeelde moet een fout aantonen, zonder de vermoedens van de regeling. Ze heeft ook voordelen:
- De algemene verjaringstermijn is van toepassing: 5 jaar vanaf de dag na die waarop de benadeelde kennis kreeg van de schade en van de identiteit van de aansprakelijke persoon, en in elk geval 20 jaar vanaf de dag na het schadeverwekkende feit (art. 2262bis oud Burgerlijk Wetboek).
- Integrale schadevergoeding: ook voor goederen die uitsluitend voor beroepsdoeleinden worden gebruikt.
- Geen ontwikkelingsrisicoverweer: een fabrikant die kennis neemt van een risico en nalaat actie te ondernemen, kan zich niet verschuilen achter de stand van kennis op het moment dat het product in de handel werd gebracht.
Het aansprakelijkheidsrisico loopt dus door na de vervaltermijn van 10 jaar, met name wanneer een onderneming nalaat actie te ondernemen zodra zij kennis heeft van een risico.
Timing
De omzettingstermijn loopt af op 9 december 2026. De Richtlijn is van toepassing op producten die na 8 december 2026 in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld. Vanwege deze korte termijn zou het Wetsontwerp van toepassing zijn op producten die in de handel worden gebracht of in gebruik worden gesteld vanaf de dag waarop de wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. De tekst kan in het parlement nog worden gewijzigd.
Producten die eerder in het verkeer zijn gebracht, blijven onderworpen aan de huidige artikelen 6.41-6.55 van het Burgerlijk Wetboek.
Wat bedrijven nu moeten doen
Fabrikanten, invoerders, software- en AI-ontwikkelaars, onlineplatforms en verzekeraars doen er goed aan hun regresbedingen, verzekeringsdekking en technische documentatie na te kijken, en na te gaan of ze klaar zijn voor een door de rechter bevolen overlegging van bewijsmateriaal. Distributeurs moeten zich ook voorbereiden op verzoeken om de identiteit bekend te maken van een in de EU gevestigde marktdeelnemer. Naleving van de productveiligheidsvoorschriften heeft nu rechtstreeks invloed op de burgerlijke aansprakelijkheid, aangezien het niet naleven van dwingende productveiligheidsvoorschriften kan leiden tot een vermoeden van gebrekkigheid.
Bij Pierstone volgen we het parlementaire debat op de voet. Als u wilt bespreken hoe de nieuwe regels van invloed zijn op uw producten, contracten of verzekeringen, neem dan contact met ons op.
Dit artikel vormt geen juridisch advies of legal opinion. Raadpleeg een advocaat van uw keuze voordat u handelt op basis van de informatie in dit artikel.